| Aanpassingslaag |
| Een aparte laag in de afbeelding waarop kleurbewerkingseffecten kunnen worden toegepast. De kleurcorrectiegegevens in deze laag wijzigen de lagen van de oorspronkelijke afbeelding niet, tenzij de laag met de andere lagen wordt samengevoegd. Alleen de lagen die onder de aanpassinglaag staan, krijgen de gemaakte bewerking mee. U kunt zoveel aanpassingslagen maken als u wilt. |
| Achtergrondlaag |
| De eigenlijke afbeelding is de achtergrondlaag van de afbeelding. Op deze achtergrondlaag kunt u andere lagen plaatsen die met de achtergrondlaag worden gemengd. |
| Afbeeldingsresolutie |
| Aantal pixels per lengte-eenheid van een afbeelding; wordt gewoonlijk uitgedrukt in pixels per inch (ppi). Een afbeelding is opgebouwd uit kleine blokjes, pixels genoemd. Een afbeelding met kleinere pixels bevat meer pixels en heeft daardoor een hogere resolutie, meer detail en een grotere bestandsomvang dan een afbeelding met grotere pixels. |
| Alfakanaal |
| Een extra laag, een grijswaardekanaal, die selecties en maskers opslaat en die vervolgens weer in een afbeelding kan worden gebruikt. Lichte beeldbewerkingspakketten ondersteunen vaak geen alfakanalen. |
| Anti-aliasing |
| Anti-aliasing ontkartelt pixelranden van een afbeelding of een selectie, waardoor kleurovergangen tussen de rand en de achtergrond vloeiend worden gemaakt. Dit is vooral nuttig bij het combineren van afbeeldingen en bij teksten. |
| Batchomzetting |
| Een geautomatiseerd proces om eenzelfde handeling in één keer op meerdere foto's uit te voeren, bijvoorbeeld voor conversie van bestanden of het wijzigen van de bestandsgrootte. |
| Bestandsformaat |
| De gegevens van een foto die u opslaat, worden in een bepaalde (geselecteerde) indeling (bestandsformaat) opgeslagen. Hiermee wordt de foto voor de computer een verzameling gegevens, die aangeeft hoe de gegevens in het bestand worden geordend en hoe ze bij het openen moeten worden weergegeven. |
| Bit (binary digit) |
De kleinste eenheid van informatie in een computer: een 1 of een 0. Een bit kan twee toestanden aannemen (uit of aan). Bitdiepte (kleurdiepte) De maat van de pixels in bits of een andere eenheid, zoals bytes. De bitdiepte bepaalt het aantal kleuren die een pixelwaarde kan weergeven. Een 1-bitspixel kan een of twee kleuren bevatten, een 4-bitspixel 1 of 16 enzovoort. Is hetzelfde als kleurdiepte. |
| Bitmap |
| Een verzameling pixels. Wordt doorgaans gebruikt als kortere term voor bitmapafbeelding. |
| Bitmapafbeelding |
| Een afbeelding die is opgebouwd uit een reeks pixels (puntjes) die in rijen en kolommen zijn ingedeeld (raster). Elke pixel heeft zijn eigen kleurwaarde en positie en wordt bepaald door een bepaalde hoeveelheid bits. Afbeeldingen van een digitale camera zijn doorgaans bitmapafbeeldingen. |
| BPS (bits per seconde) |
| De eenheidsmaat voor de datatransmissiesnelheid. Modemsnelheden worden bijvoorbeeld in bps uitgedrukt. Een 56K modem geeft maximaal 56.000 bits per seconde door. |
| Brandpuntsafstand |
| De afstand tussen het object en de cameralens. Een standaardlens heeft een brandspuntsafstand van ongeveer 50 mm. Dat is vergelijkbaar met wat het menselijk oog waarneemt. Een grotere brandpuntsafstand (bijvoorbeeld 135 mm) zoomt in en vergroot daarmee het onderwerp, terwijl een macrolens (ongeveer 30 mm) wordt gebruikt om van heel dichtbij (close-up) scherp te kunnen fotograferen. Digitale camera's hebben een veel kleinere brandpuntsafstand, omdat ze anders werken. Toch wordt in de beschrijving van een camera steevast de brandpuntsafstand van de traditionele fotografie gehanteerd. Een 7 mm-lens komt ongeveer overeen met een standaardlens van 50 mm. |
| Byte |
| Een byte is 8 bits groot. |
| Blur |
| To blur is vervagen; blurred is vervaagd. Met het gereedschap Vervagen kunt u afzonderlijke pixelkleuren in elkaar laten overlopen door harde lijnen te vervagen. |
| CCITT encoding |
| International Telegraph and Telephone Consultive Committee (CCITT) is een standaardenorganisatie die communicatieprotocollen (CCITT T.4 en T.6 ) ontwikkelt voor transmissie van zwartwitbeelden over fax- en telefoonlijnen en datanetwerken. In de praktijk word de compressiealgoritme CCITT Group 3 het meest gebruikt. Deze is speciaal voor 1-bitsafbeeldingen ontworpen voor transmissie via datanetwerken. Is voor fotocompressie minder geschikt. |
| CMYK |
| Subtractieve kleurmethode op basis van de secundaire RGB-kleuren Cyaan, Magenta en Yellow. Wordt gebruikt bij printers. Omdat zuiver zwart door inktonzuiverheden niet volledig haalbaar is, wordt aan CMY de kleur zwart toegevoegd. De K in de afkorting staat voor Key, dat symbool staat voor de sleutelinformatie die zwart geeft aan de juiste tekening van het beeldmateriaal. De andere kleuren bevatten alleen informatie over kleur. Meestal worden de kleuren uit dit model uitgedrukt in percentages van 0 tot 100, waarbij hogere kleurpercentages donkerder kleuren opleveren. |
| Contrast |
| De mate van (on)gelijkheid tussen de kleuren van aangrenzende pixels. Hoe meer kleurverschil tussen de pixels, hoe meer contrast. Hoe meer contrast een afbeelding bevat, des te helderder, energieker en scherper deze lijkt. Maar te veel contrast aanbrengen in een afbeelding doet details verdwijnen en felle opdringerigere kleurvakken ontstaan. Het beste contrast ontstaat in kleurverschillen van kleuren die in de kleurencirkel tegen over elkaar liggen. In de zwartwitfotografie duidt contrast op het verschil in lichte en donkere waarden in een afbeelding. |
| CompactFlash-card |
| Geheugenkaartje voor gebruik in bepaalde digitale camera's. |
| Comprimeren |
| Het kleiner maken van het bestandsformaat. Dit gaat vaak gepaard met verlies aan kwaliteit, doordat per pixel de hoeveelheid informatie kleiner wordt. De verkleining vindt vooral plaats in de resolutiewaarde. |
| Dekking |
| Mate van dichtheid van een kleur of een laag. Hoe lager de dekking van een aangebrachte kleur of laag, hoe transparanter de kleur of laag is en hoe meer de achtergrond door de aangebrachte kleur of laag zichtbaar is. |
| Dithering |
| Een techniek waarmee kleuren die niet voorkomen op het palet van een afbeeldingsbestand worden gesimuleerd. De ontbrekende kleuren worden gesimuleerd door pixels van twee of meer kleuren op het palet te mengen. Wijkt een ontbrekende kleur te veel af van de kleuren in het palet van de afbeelding, dan resulteert dithering in een korrelig of gespikkeld effect. |
| Doezelen |
| Doezelen zorgt ervoor dat de pixels aangrenzend aan de selectielijn in elkaar overlopen. Kan worden gebruikt bij het maken van selecties. |
| DPI |
| De eenheid dots per inch voor de printerresolutie. Onder dots worden de spatten inkt verstaan die de printer op het (foto)papier spuit. Hoe meer dots per inch op het papier worden gedrukt, hoe scherper de afdruk. Een inch is 2,54 centimeter. |
| EXIF |
| Open standaard voor de bestandsindeling van afbeeldingen die is gedefinieerd door en die onder controle staat van JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). |
| EXIF data |
| Bestandsindeling die informatie opslaat over de omstandigheden waaronder een opname is gemaakt, zoals type camera, resolutie, pixelafmetingen, opnamedatum en tijd, sluitertijd, diafragma en gebruik van flitser. |
| Filter |
| Een soort vel dat op een foto kan worden gelegd, maar dat niet als laag wordt opgeslagen, om een effect te bereiken. Filters worden daarom ook wel effectfilters genoemd. |
| Fractal Image Compression |
| Fractal-compressie is ontworpen om bitmapbestanden met fotorealistische afbeeldingen (en andere afbeeldingen) te comprimeren. Deze techniek gaat ervan uit dat alle objecten in een afbeelding dubbele informatie bevatten in de vorm van gelijke herhaaldelijke patronen, die hier fractals worden genoemd. Deze fractals worden mathematisch gecodeerd. Het origineel kan wel honderd keer kleiner worden gemaakt en er treedt weinig gegevensverlies op. |
| Fosfor |
|
De stof die monitoren in staat stelt kleuren uit te stralen. Verschillende fosforsoorten hebben verschillende kleureigenschappen.
|