Home Artikelen Beeldbewerking Verklarende woordenlijst digitale fotografie - G t/m O
Verklarende woordenlijst digitale fotografie - G t/m O PDF Afdrukken E-mail
Artikelen - Beeldbewerking
Geschreven door Rinie Hooijer   
Inhoudsopgave
Verklarende woordenlijst digitale fotografie
G t/m O
P t/m Z
Alle Pagina's

G t/m O

 

 

 

Gamma
Het kleurwaardebereik van een afbeelding dat het contrast en de helderheid definieert. Een hoge gammawaarde maakt de foto lichter, een lage waarde maakt deze donkerder.
Geoptimaliseerd palet
Paletoptimalisatie beperkt het kleurenpalet tot de in de afbeelding aanwezige kleuren en herschikt ze zodat de transparante kleuren eerst komen. Dit verkleint de bestandsgrootte.
Helderheid
De waargenomen hoeveelheid licht in de kleur (lichtintensiteit). Bij weinig licht wordt de kleur vaag en bij veel licht wordt deze helder. De helderheidswaarden lopen van 0 tot 255. De waarde 0 geeft totale duisternis (zwart) en 255 geeft volledige helderheid (wit). Een kleur is zuiver als hij een helderheidswaarde van 127 heeft.
Histogram
Grafiekweergave van het kleurbereik per kleurkanaal waarmee u de afbeelding kunt analyseren op een juist gebruik van de kleurcomponenten.
Hoge lichten
De helderste partijen in een afbeelding.
HSL-methode
Een kleurmethode die bestaat uit de combinatie van Hue (kleurtoon), Saturation (verzadiging) en Lightness (helderheid). Overigens wordt HSL elders soms aangeduid als HSB (Hue, Saturation en Brightness).
ICC
International Color Consortium, opgericht door vooraanstaande bedrijven, om standaardisatie en ontwikkeling van een open, platformonafhankelijk kleurmanagementsysteem mogelijk te maken. Het consortium heeft een zogeheten ICC-profiel opgesteld. Dat zorgt ervoor dat de kleuren op verschillende computerplatforms op eenzelfde wijze worden geïnterpreteerd. Meer informatie vindt u op www.color.org.
Interface
Verschijningsvorm van een programma.
Interlacing, interlaced
Interlacing houdt in dat de beelden al tijdens het downloaden op het scherm verschijnen. Er worden al opbouwend steeds meer pixels zichtbaar, totdat het complete beeld staat. De webbezoeker kan zo snel inzien of de foto de moeite van het wachten waard is. Zonder interlacing moet de kijker wachten tot het hele beeld is gedownload voordat er iets zichtbaar is. Interlaced-bestanden zijn vooral praktisch bij presentaties en bij publicaties op internet. GIF en PNG-bestanden kunnen interlaced worden gemaakt.
Invoerresolutie
Heeft betrekking op de resolutie gemeten van een digitaal beeld zoals die in de computer is geïmporteerd. Een gescand beeld heeft een invoerresolutie gemeten in pixels per inch gelijk aan de scanresolutie in dpi.
Joint Bi-level Image Experts Group (JBIG)
JBIG is bestemd voor lossless compressie van tweekleurige beeldbestanden (een bit per pixel). Bij gescande afbeeldingen van tekeningen, lijnkunst en geprinte tekst kan JBIG tien tot vijftig procent comprimeren.
JPEG/artefact
Het verlies aan kwaliteit dat wordt veroorzaakt door comprimeren.
Kalibreren
Afstellen van de kleurprofielen van verschillende apparaten. Bij monitorkalibratie worden de kleuren van het beeldscherm geijkt aan het opgegeven kleurprofiel.
Kleuren
In de kleurenleer worden kleuren verdeeld in een aantal soorten: de primaire, secundaire en tertiaire kleuren. Primaire kleuren, (magenta)rood, (cyaan)blauw en geel, zijn basiskleuren waarmee kleurmengingen kunnen worden gemaakt, maar niet zelf door mengingen kunnen ontstaan. Secundaire kleuren, oranje, groen en paars, zijn mengingen van de primaire kleuren en tertiaire kleuren zijn mengingen van secundaire met primaire of secundaire en secundaire kleuren. Deze kleuren vormen samen de kleurencirkel. Dan zijn er nog de complementaire kleuren, oftewel de kleuren die in de kleurencirkel tegenover elkaar liggen en elkaars werking versterken. Rood staat bijvoorbeeld tegenover groen, blauw tegenover oranje en groen tegenover paars.
Kleurbalans
De verdeling van de verschillende kleurcomponenten in een afbeelding.
Kleurbanden
Gekleurde strepen op een afbeelding die kunnen ontstaan na het scannen, maar die ook weer verwijderd kunnen worden.
Kleurbeheer
Het proces van het produceren van accurate, consistente kleuren op verschillende in- en uitvoerapparaten. Een kleurbeheersysteem (CMS: color management systeem) vergelijkt kleuren tussen apparaten, zoals scanners, beeldschermen en printers; een kleurbeheersysteem zet kleuren om van de ene kleurruimte naar de andere (bijvoorbeeld van RGB naar CMYK) en geeft accurate voorbeelden weer op het scherm of op een afdruk.
Kleurenbereik
Bepaald bereik aan kleuren dat een apparaat kan produceren. Apparaten als scanners, beeldschermen en printers kunnen een uniek kleurbereik produceren, dat wordt bepaald door de kenmerken van het apparaat zelf.
Kleurdiepte (bitdiepte)
Aantal kleuren dat een afbeelding maximaal kan bevatten. Het aantal bits bepaalt de diepte.
Kleurkanalen
Geven de pixelinformatie van de kleuren in een afbeelding. Alle afbeeldingen op een computerscherm worden opgebouwd uit de kleuren rood, groen en blauw (RGB). Deze worden ook wel kleurkanalen genoemd. Aan deze kanalen worden waarden gegeven tussen 0 en 255. Dit kunt u lezen als het aantal druppels van die kleur in een pixel, oftewel de kleursterkte. Als de kleur rood een waarde heeft van 0, wil dat zeggen dat deze kleur niet aanwezig is. De waarde 255 geeft de volle kleursterkte aan. Rood is dan volop aanwezig.
Kleurprofiel
Beschrijft de manier waarop een apparaat (scanner, digitale camera, monitor en printer) met kleuren omgaat. Als deze apparaatprofielen goed op elkaar zijn ingesteld, komen de kleuren op elk apparaat overeen. Een kleurprofiel bevat gegevens over kleur, tint, intensiteit en helderheid.
Kleurruimte
Een set van waarden die definieert hoe een kleur kan worden voorgesteld op computerapparaten als beeldschermen, scanners en printers.
Kleurpalet
Aantal beschikbare kleuren behorende bij een bestandsgrootte van een afbeelding.
Kleurtoon
Definieert de primaire kleuren als rood, geel en blauw. Elke kleurtoon krijgt een waarde toegewezen die is gebaseerd op de positie van de kleurtoon in de kleurencirkel.
Kleurzweem
Een bepaalde kleurtint overheerst alle andere kleuren van een afbeelding.
Laag
Een afbeelding is een achtergrondlaag. Op deze achtergrondlaag kunt u een andere foto leggen. Dat is dan een nieuwe laag in die afbeelding. Deze lagen kunt u mengen in verschillende mengmodi. Ook kunt u bepaalde delen van de laagafbeelding transparant maken, zodat de achtergrondlaag daar doorheen schijnt.
Lossless
Term die aangeeft dat er bij het comprimeren van afbeeldingen geen kwaliteitsverlies optreedt.
Magic Wand (toverstaf)
Selectiegereedschap waarmee u met een klik dezelfde in de afbeelding voorkomende eigenschappen selecteert, zoals dezelfde helderheidswaarden of dezelfde kleuren.
Maskeren
Afdekken van een bepaald deel van de foto.
Mediaan
De middelste waarde die voorkomt in een reeks van waarden.
Memorystick
Geheugenkaartje, diskette, in digitale camera's van Sony
Metafiles
Bestandsformaten die zowel vector- als bitmapinformatie bevatten.
Middentonen
Tonen tussen de hoge lichten en de schaduwen in een afbeelding.
Moiré-patroon
Patroonafwijking die kan ontstaan bij het scannen van afbeeldingen.
Monitorresolutie
De monitorresolutie is het aantal pixels per lengte-eenheid op een beeldscherm en wordt gewoonlijk uitgedrukt in pixels per inch (ppi). De resolutie van pc-monitoren is doorgaans 72 ppi.
Opvullaag
Een opvullaag past u toe om een laag te vullen met een kleur, een patroon of een kleurverloop. Deze opvullaag kunt u ten alle tijde weer verwijderen en/of aanpassen.
Optiebalk
Balk in een beeldbewerkingspakket waarmee u de instellingen voor de gereedschappen kunt aanpassen. De optiebalk haalt u te voorschijn via Venster > Optiebalk.