| Gamma |
| Het kleurwaardebereik van een afbeelding dat het contrast en de helderheid definieert. Een hoge gammawaarde maakt de foto lichter, een lage waarde maakt deze donkerder. |
| Geoptimaliseerd palet |
| Paletoptimalisatie beperkt het kleurenpalet tot de in de afbeelding aanwezige kleuren en herschikt ze zodat de transparante kleuren eerst komen. Dit verkleint de bestandsgrootte. |
| Helderheid |
| De waargenomen hoeveelheid licht in de kleur (lichtintensiteit). Bij weinig licht wordt de kleur vaag en bij veel licht wordt deze helder. De helderheidswaarden lopen van 0 tot 255. De waarde 0 geeft totale duisternis (zwart) en 255 geeft volledige helderheid (wit). Een kleur is zuiver als hij een helderheidswaarde van 127 heeft. |
| Histogram |
| Grafiekweergave van het kleurbereik per kleurkanaal waarmee u de afbeelding kunt analyseren op een juist gebruik van de kleurcomponenten. |
| Hoge lichten |
| De helderste partijen in een afbeelding. |
| HSL-methode |
| Een kleurmethode die bestaat uit de combinatie van Hue (kleurtoon), Saturation (verzadiging) en Lightness (helderheid). Overigens wordt HSL elders soms aangeduid als HSB (Hue, Saturation en Brightness). |
| ICC |
| International Color Consortium, opgericht door vooraanstaande bedrijven, om standaardisatie en ontwikkeling van een open, platformonafhankelijk kleurmanagementsysteem mogelijk te maken. Het consortium heeft een zogeheten ICC-profiel opgesteld. Dat zorgt ervoor dat de kleuren op verschillende computerplatforms op eenzelfde wijze worden geïnterpreteerd. Meer informatie vindt u op www.color.org. |
| Interface |
| Verschijningsvorm van een programma. |
| Interlacing, interlaced |
| Interlacing houdt in dat de beelden al tijdens het downloaden op het scherm verschijnen. Er worden al opbouwend steeds meer pixels zichtbaar, totdat het complete beeld staat. De webbezoeker kan zo snel inzien of de foto de moeite van het wachten waard is. Zonder interlacing moet de kijker wachten tot het hele beeld is gedownload voordat er iets zichtbaar is. Interlaced-bestanden zijn vooral praktisch bij presentaties en bij publicaties op internet. GIF en PNG-bestanden kunnen interlaced worden gemaakt. |
| Invoerresolutie |
| Heeft betrekking op de resolutie gemeten van een digitaal beeld zoals die in de computer is geïmporteerd. Een gescand beeld heeft een invoerresolutie gemeten in pixels per inch gelijk aan de scanresolutie in dpi. |
| Joint Bi-level Image Experts Group (JBIG) |
| JBIG is bestemd voor lossless compressie van tweekleurige beeldbestanden (een bit per pixel). Bij gescande afbeeldingen van tekeningen, lijnkunst en geprinte tekst kan JBIG tien tot vijftig procent comprimeren. |
| JPEG/artefact |
| Het verlies aan kwaliteit dat wordt veroorzaakt door comprimeren. |
| Kalibreren |
| Afstellen van de kleurprofielen van verschillende apparaten. Bij monitorkalibratie worden de kleuren van het beeldscherm geijkt aan het opgegeven kleurprofiel. |
| Kleuren |
| In de kleurenleer worden kleuren verdeeld in een aantal soorten: de primaire, secundaire en tertiaire kleuren. Primaire kleuren, (magenta)rood, (cyaan)blauw en geel, zijn basiskleuren waarmee kleurmengingen kunnen worden gemaakt, maar niet zelf door mengingen kunnen ontstaan. Secundaire kleuren, oranje, groen en paars, zijn mengingen van de primaire kleuren en tertiaire kleuren zijn mengingen van secundaire met primaire of secundaire en secundaire kleuren. Deze kleuren vormen samen de kleurencirkel. Dan zijn er nog de complementaire kleuren, oftewel de kleuren die in de kleurencirkel tegenover elkaar liggen en elkaars werking versterken. Rood staat bijvoorbeeld tegenover groen, blauw tegenover oranje en groen tegenover paars. |
| Kleurbalans |
| De verdeling van de verschillende kleurcomponenten in een afbeelding. |
| Kleurbanden |
| Gekleurde strepen op een afbeelding die kunnen ontstaan na het scannen, maar die ook weer verwijderd kunnen worden. |
| Kleurbeheer |
| Het proces van het produceren van accurate, consistente kleuren op verschillende in- en uitvoerapparaten. Een kleurbeheersysteem (CMS: color management systeem) vergelijkt kleuren tussen apparaten, zoals scanners, beeldschermen en printers; een kleurbeheersysteem zet kleuren om van de ene kleurruimte naar de andere (bijvoorbeeld van RGB naar CMYK) en geeft accurate voorbeelden weer op het scherm of op een afdruk. |
| Kleurenbereik |
| Bepaald bereik aan kleuren dat een apparaat kan produceren. Apparaten als scanners, beeldschermen en printers kunnen een uniek kleurbereik produceren, dat wordt bepaald door de kenmerken van het apparaat zelf. |
| Kleurdiepte (bitdiepte) |
| Aantal kleuren dat een afbeelding maximaal kan bevatten. Het aantal bits bepaalt de diepte. |
| Kleurkanalen |
| Geven de pixelinformatie van de kleuren in een afbeelding. Alle afbeeldingen op een computerscherm worden opgebouwd uit de kleuren rood, groen en blauw (RGB). Deze worden ook wel kleurkanalen genoemd. Aan deze kanalen worden waarden gegeven tussen 0 en 255. Dit kunt u lezen als het aantal druppels van die kleur in een pixel, oftewel de kleursterkte. Als de kleur rood een waarde heeft van 0, wil dat zeggen dat deze kleur niet aanwezig is. De waarde 255 geeft de volle kleursterkte aan. Rood is dan volop aanwezig. |
| Kleurprofiel |
| Beschrijft de manier waarop een apparaat (scanner, digitale camera, monitor en printer) met kleuren omgaat. Als deze apparaatprofielen goed op elkaar zijn ingesteld, komen de kleuren op elk apparaat overeen. Een kleurprofiel bevat gegevens over kleur, tint, intensiteit en helderheid. |
| Kleurruimte |
| Een set van waarden die definieert hoe een kleur kan worden voorgesteld op computerapparaten als beeldschermen, scanners en printers. |
| Kleurpalet |
| Aantal beschikbare kleuren behorende bij een bestandsgrootte van een afbeelding. |
| Kleurtoon |
| Definieert de primaire kleuren als rood, geel en blauw. Elke kleurtoon krijgt een waarde toegewezen die is gebaseerd op de positie van de kleurtoon in de kleurencirkel. |
| Kleurzweem |
| Een bepaalde kleurtint overheerst alle andere kleuren van een afbeelding. |
| Laag |
| Een afbeelding is een achtergrondlaag. Op deze achtergrondlaag kunt u een andere foto leggen. Dat is dan een nieuwe laag in die afbeelding. Deze lagen kunt u mengen in verschillende mengmodi. Ook kunt u bepaalde delen van de laagafbeelding transparant maken, zodat de achtergrondlaag daar doorheen schijnt. |
| Lossless |
| Term die aangeeft dat er bij het comprimeren van afbeeldingen geen kwaliteitsverlies optreedt. |
| Magic Wand (toverstaf) |
| Selectiegereedschap waarmee u met een klik dezelfde in de afbeelding voorkomende eigenschappen selecteert, zoals dezelfde helderheidswaarden of dezelfde kleuren. |
| Maskeren |
| Afdekken van een bepaald deel van de foto. |
| Mediaan |
| De middelste waarde die voorkomt in een reeks van waarden. |
| Memorystick |
| Geheugenkaartje, diskette, in digitale camera's van Sony |
| Metafiles |
| Bestandsformaten die zowel vector- als bitmapinformatie bevatten. |
| Middentonen |
| Tonen tussen de hoge lichten en de schaduwen in een afbeelding. |
| Moiré-patroon |
| Patroonafwijking die kan ontstaan bij het scannen van afbeeldingen. |
| Monitorresolutie |
| De monitorresolutie is het aantal pixels per lengte-eenheid op een beeldscherm en wordt gewoonlijk uitgedrukt in pixels per inch (ppi). De resolutie van pc-monitoren is doorgaans 72 ppi. |
| Opvullaag |
| Een opvullaag past u toe om een laag te vullen met een kleur, een patroon of een kleurverloop. Deze opvullaag kunt u ten alle tijde weer verwijderen en/of aanpassen. |
| Optiebalk |
| Balk in een beeldbewerkingspakket waarmee u de instellingen voor de gereedschappen kunt aanpassen. De optiebalk haalt u te voorschijn via Venster > Optiebalk. |