| Wat doen kleuren en kleurmodellen |
|
|
|
| Artikelen - Beeldbewerking | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Geschreven door Rinie Hooijer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kleuren bestaan niet. Kleuren worden gevormd door de waarneming van de lengte van de lichtstralen die op het materiaal vallen. Lichte kleuren reflecteren invallend licht, donkere kleuren absorberen dat.
De hersenen registreren de lengte van elke korte, middellange en lange lichtstraal die op het netvlies valt als zijnde de kleurvariabelen blauw, groen en rood. In theorie kunnen mensen daarmee 16 miljoen zogeheten subtractieve kleuren onderscheiden. In de praktijk valt dat een stuk lager uit, namelijk 250.000 tot 2,5 miljoen.
Deze manier van reflectie, absorptie, waarneming en de registratie ervan wordt een subtractief kleurensysteem genoemd. Kleuren zijn dus altijd een interpretatie van de waarneming op basis van toon, verzadiging en helderheid, die afhankelijk is van de hoeveelheid invallend licht. De waargenomen kleur op vaste materialen (zoals drukwerk) is dus niet helemaal zuiver. Als alle kleuren worden samengevoegd, ontstaat de kleur grijs tot zwart. Het toevoegen van kleur wordt namelijk van wit afgetrokken. ![]() De kleurwaarneming is gebaseerd op het invallend licht op een voorwerp.
Kleuren op beeldschermen
Op een beeldscherm wordt licht gemengd in plaats van inkt. Het uitstralend (toegevoegd) licht bepaalt de manier hoe u de kleuren waarneemt. Een beeldscherm voegt rood, groen en blauw licht toe om kleuren te maken (zogeheten fosforen).
Het beeldscherm bestaat uit rode, groene en blauwe beeldpunten. Een cluster van deze drie kleuren kan een pixel afbeelden, waarbij de lichtintensiteit van deze beeldpunten bepalend is voor de kleurbeleving. Een heldergroene kleur ontstaat bijvoorbeeld wanneer een groen beeldpunt volledige helderheid heeft. Als de helderheid van datzelfde beeldpunt tot 0 daalt, verandert groen in zwart. Een pixel kan dus 256 x 256 x 256 (de verschillende intensiteiten van de beeldpunten) kleuren vormen (dus 16 miljoen). Ofwel: hoe meer kleuren u toevoegt, hoe dichter u bij wit komt. De miljoenen kleuren die een beeldscherm kan tonen, zijn hoeveelheden van Rood, Groen en Blauw (RGB), de primaire kleuren voor beeldschermen (en ondermeer voor scanners en digitale camera's), meestal aangeduid met kleurkanalen. Een combinatie van rood en groen levert geel op, groen en blauw cyaan en uit rood en blauw ontstaat magenta (zie afbeelding 6.2). Als de primaire kleuren worden opgeteld, ontstaat wit, want al het licht wordt naar het oog gereflecteerd. Dit kleursysteem wordt daarom additief genoemd (to add = toevoegen). ![]() Een combinatie van de driehoeken levert de tussenliggende kleuren op.
KleurmodellenMonitoren kunnen veel meer kleuren weergeven dan een printer kan afdrukken. Kleuren worden op een scherm gedefinieerd aan de hand van bepaalde kleurmethoden of -modellen.
De kleurgegevens van een bestand worden in kleurkanalen of kleurlagen opgeslagen. Elke kleurlaag bevat alle pixelgegevens voor een kleur. De informatie in die lagen is afhankelijk van de gebruikte kleurmethode die voor de afbeelding is gebruikt. De kleurmethode definieert namelijk hoe kleuren worden weergegeven. Doorgaans werken computerschermen met de RGB- of de HSB-methode. Printers hanteren de CMYK-methode.
RGB-methode
De RGB-methode is een additieve kleurmethode die de kleurweergave op de meeste computermonitoren definieert. Photoshop Elements gebruikt standaard het RGB-model, omdat dit de meest flexibele kleurmodel is om afbeelding op het scherm weer te geven. Een RGB-afbeelding heeft drie kanalen: één voor elke kleur (rood, groen en blauw). Aan de kleurkanalen worden waarden gegeven tussen 0 en 255. Dit kunt u lezen als het aantal druppels van die kleur in een pixel (de intensiteitswaarde), oftewel de kleursterkte. Als de kleur rood een waarde heeft van 0, wil dat zeggen dat deze kleur niet aanwezig is. De waarde 255 geeft de volle kleursterkte van rood aan: er zitten 255 druppels rood in de pixel. HSB-methode
Een HSB-afbeelding heeft eveneens drie kanalen: één voor kleurtoon, één voor verzadiging en één voor helderheid. Het HSB-model is intuïtiever. Het beschrijft elke kleur op basis van kleurtoon (Hue), verzadiging (Saturation) en helderheid (Brightness) en komt meer overeen met de menselijke kleurwaarneming. De HSB-methode is net als RGB additief en wordt eveneens op monitoren gebruikt. In de literatuur wordt voor HSB ook wel de afkorting HSL gebruikt, waarbij de L dan staat voor Lightness. CMYK-methode
Voor een CMYK-afbeelding bestaan vier kleurkanalen: cyaan, magenta, geel en zwart. Voor het afdrukken levert de kleurmethode CMYK (Cyaan, Magenta, Yellow en blacK) de meest realistische resultaten, doordat CMY de secundaire (combinaties van primaire kleuren die overeenkomen met rood, geel en blauw) lichtkleuren zijn. Omdat zuiver zwart door inktonzuiverheden niet volledig haalbaar is, wordt aan CMY de kleur zwart toegevoegd. De K in de afkorting staat voor Key, wat symbool staat voor de sleutelinformatie die zwart geeft aan de juiste tekening van het beeldmateriaal. De andere kleuren bevatten alleen kleurinformatie. Meestal worden de kleuren uit dit model uitgedrukt in percentages tussen 0 en 100, waarbij hogere kleurpercentages donkere kleuren opleveren. Het kleurmodel CMYK is apparatuurafhankelijk. De kwaliteit van de kleurenafdruk is afhankelijk van de monitoreigenschappen, de computer, de gebruikte printer en de inktsoort. Het beste afdrukresultaat ontstaat wanneer de kleurprofielen van het beeldscherm en de printer op elkaar zijn afgestemd. Kleurdiepte en bitdiepte
De kleurdiepte (of bitdiepte) van een afbeelding is een andere bepalende factor voor de kleuren in een afbeelding. Onder kleurdiepte wordt de hoeveelheid kleurinformatie per pixel verstaan. De eenheid voor deze kleurinformatie wordt genoteerd in aantallen bits. Oftewel: bitdiepte is het aantal bits per pixel.
De kleurinformatie bestaat onder meer uit kleurtoon en kleurtinten. Een hogere bitdiepte houdt dus in dat er meer kleuren beschikbaar zijn en de kleurweergave nauwkeuriger is. De kleurdiepte is dus niet hetzelfde als het aantal kleuren in een afbeelding. Kleurdiepte geeft de capaciteit aan van de maximale hoeveelheid toepasbare kleuren.
Let wel: het aantal kleuren dat een afbeelding laat zien, is niet alleen afhankelijk van de bitdiepte van het bestand zelf, maar ook van de bitdiepte van het apparaat waarop de afbeelding wordt bekeken, in dit geval de monitor. Een afbeelding met een hoge bitdiepte bekijken op een monitor met een lage bitdiepte geeft geen getrouw beeld. De kleuren in de afbeeldingen worden dan teruggebracht naar het aantal kleuren dat de monitor kan weergeven. U kunt de kleurdiepte van uw monitor als volgt achterhalen:
![]() De kleurdiepte van de monitor achterhalen.
Bits en kleuren Het aantal bits per pixel in een afbeelding bepaalt het aantal kleuren.
Bit
Een bit is de kleinste informatie-eenheid in een computer en kan uit twee waarden bestaan: een 1 (zwart) of een 0 (wit). Bit is een afkorting van binary digit. Kleurmodus
Een kleurmodus beschrijft de manier waarop kleuren in een bestand worden aangegeven. De bitmapmodus is de eenvoudigste modus. Deze gebruikt een bit om elke pixel te beschrijven en bevat twee kleuren: wit en zwart. De grijswaardenmodus kan met 8-bitskleurinformatie per pixel 256 combinaties van nullen en enen maken. Deze combinaties worden vertaald in grijswaarden van honderd procent zwart tot honderd procent wit. In de modus Geïndexeerde kleur kunnen verschillende kleurpaletten worden geselecteerd. De kleuren in het aantal bits zijn oplopende kwadraten. Het aantal kleuren dat een afbeelding kan bevatten, is met dit gegeven eenvoudig te berekenen. Een 8-bitsfoto heeft 2 tot de 8 acht kleuren: dus 256; een 16-bitsfoto heeft 2 tot de macht 16 kleuren (65.536 kleuren) en een 24-bitsfoto 2 tot de macht 24, dus 16,7 miljoen kleuren. Een 32-bits afbeelding heeft dus 2 tot de macht 32 kleuren: 4.295.000.009.
Kleurdiepte en kleurmodusHoe hoger de kleurdiepte van uw afbeelding, hoe mooier de kleuren. Maar hoe zit dat nou precies?
Onder kleurdiepte (of bitdiepte) wordt de hoeveelheid kleurinformatie per pixel verstaan. De eenheid voor deze kleurinformatie wordt genoteerd in aantallen bits. Oftewel: bitdiepte is het aantal bits per pixel.
De kleurinformatie bestaat onder meer uit kleurtoon en kleurtinten. Een hogere bitdiepte houdt dus in dat er meer kleuren beschikbaar zijn en de kleurweergave nauwkeuriger is. De kleurdiepte is dus niet hetzelfde als het aantal kleuren in een afbeelding. Kleurdiepte geeft de capaciteit aan van de maximale hoeveelheid toepasbare kleuren. Let wel: het aantal kleuren dat een afbeelding laat zien, is niet alleen afhankelijk van de bitdiepte van het bestand zelf, maar ook van de bitdiepte van het apparaat waarop de afbeelding wordt bekeken, in dit geval de monitor. Een afbeelding met een hoge bitdiepte bekijken op een monitor met een lage bitdiepte geeft geen getrouw beeld. De kleuren in de afbeeldingen worden dan teruggebracht naar het aantal kleuren dat de monitor kan weergeven. U kunt de kleurdiepte van uw monitor als volgt achterhalen:
![]() De kleurdiepte van de monitor achterhalen.
Bits en kleuren Het aantal bits per pixel in een afbeelding bepaalt het aantal kleuren.
Een bit is de kleinste informatie-eenheid in een computer en kan uit twee waarden bestaan: een 1 (zwart) of een 0 (wit). Bit is een afkorting van binary digit.
Meer bitjes
De kleuren in het aantal bits zijn oplopende kwadraten. Het aantal kleuren dat een afbeelding kan bevatten, is met dit gegeven eenvoudig te berekenen. Een 8-bitsfoto heeft 2 tot de 8 acht kleuren: dus 256; een 16-bitsfoto heeft 2 tot de macht 16 kleuren (65.536 kleuren) en een 24-bitsfoto 2 tot de macht 24, dus 16,7 miljoen kleuren. Een 32-bits afbeelding heeft dus 2 tot de macht 32 kleuren: 4.295.000.009. Kleurmodus
Een kleurmodus beschrijft de manier waarop kleuren in een bestand worden aangegeven. De bitmapmodus is de eenvoudigste modus. Deze gebruikt een bit om elke pixel te beschrijven en bevat twee kleuren: wit en zwart. De grijswaardenmodus kan met 8-bitskleurinformatie per pixel 256 combinaties van nullen en enen maken. Deze combinaties worden vertaald in grijswaarden van honderd procent zwart tot honderd procent wit. In de modus Geïndexeerde kleur kunnen verschillende kleurpaletten worden geselecteerd. Dit artikel is eerder gepubliceerd in het boek Photoshop Elements 3.0, 2004
|