Home Workshops Beeldbewerking Fletse kleuren verlevendigen
Fletse kleuren verlevendigen PDF Afdrukken E-mail
Workshops - Beeldbewerking
zaterdag, 21 juni 2008 09:20
Vlakke kleuren in een bepaalde gebieden kunt u het best oppoetsen met de spons. De spons wijzigt namelijk de verzadiging van de kleur zonder de structuur van dat deel te veranderen. Om slechts in een bepaald gebied van een afbeelding de verzadiging aan te passen kunt u het gereedschap Spons gebruiken.
De spons wijzigt de kleurintensiteit alleen in gebieden waarin u 'sponst'. De grootte van de spons kunt u aangeven in de optiebalk. De aard van de spons geeft u op in het vak Penselen. Het is aan te bevelen een penseel te kiezen met vage randen om een beter verloop te maken.
  • Zet de afbeelding vergroot in beeld (sneltoets z).
  • Kies het gereedschap Spons.
  • Stel de opties in voor het aanbrengen van verzadiging. Hier is het standaardpenseel zacht en rond gekozen bij een penseelgrootte van 28. Als u een aantal kleurenpixels wilt verzadigen, kiest u de modus Meer verzadigen. Kies Minder verzadigen als u de kleurintensiteit van de pixels wilt verminderen. U brengt dan het aandeel grijs in de kleur terug. Bepaal met de schuifregelaar Stroom hoe sterk de verzadiging moet worden vermeerderd of verminderd.
Pas op voor het te veel aanbrengen van verzadiging of minder verzadiging bij dit penseel. Bij te veel verzadiging dreigen de kleuren onnatuurlijk fel te worden en bij minder verzadiging dreigt het aangepaste deel te grijs te worden.
  • pons met de muis over de te bewerken gebieden. In het voorbeeld worden de bloemetjes iets sterker verzadigd. Daarvoor zijn ze wel eerst geselecteerd. (Stroom 50 procent)
  • Zoom uit om het resultaat te bekijken.
fletse_kleuren_fig6_16fletse_kleuren_fig6_16a

Emmertje

Voor grotere kleurvervangingen kunt u net zo goed het gereedschap Emmertje gebruiken.

Dit gereedschap vervangt in één keer alle pixels met eenzelfde kleurwaarde door een nieuwe kleur of door een patroon. In tegenstellilng tot het penseel, blijft de oorspronkelijke structuur behouden. Het is daardoor ook een ideaal gereedschap voor het inkleuren van zwart-wit foto's.
  • Open een afbeelding.
  • Maak eventueel een selectie van het gebied dat u wilt inkleuren.
  • Selecteer in de gereedschappenset een voorgrondkleur die als vervangende kleur dient. Kies een nieuwe voorgrondkleur in de kleurenkiezer door te dubbelklikken op het kleurvak. Als u een exacte kleurdefiniëring hebt van de nieuwe kleur, vult u de waarden in achter RGB; selecteer anders met het pipet een kleur in de kleurkiezer.
  • Kies het gereedschap Emmertje.
  • Stel de opties voor het gereedschap Emmertje in. Achter Vullen kiest u of u met de voorgrondkleur of met een patroon wilt te vullen. Kies een modus en een dekkingspercentage.
  • De tolerantiewaarde bepaalt de nauwkeurigheid waarmee de pixelkleuren worden vervangen door de nieuwe kleur. Bij een lage tolerantiewaarde worden alleen de pixels gevuld die exact lijken op de pixels die het emmertje het eerst aanraakt. Hoe hoger de tolerantiewaarde (Toler.), hoe meer pixels worden gevuld.
  • Anti-aliased gebruikt u om de lijnen vloeiend te maken.
  • De optie Aangrenzend schakelt u in om alleen de pixels van kleur of patroon te veranderen die grenzen aan de geselecteerde pixel. Als deze optie is uitgeschakeld, worden alle overeenkomende pixels in de gehele afbeelding vervangen. Alle lagen houdt u actief als u met lagen werkt en de vulling in alle lagen wilt toepassen.
  • Klik in de afbeelding op een pixel waarvan u de kleur wilt veranderen. Afhankelijk van de optie-instellingen worden alle andere gelijksoortige pixels in één keer aangepast.
fletse_kleuren_fig6_17