Onjuiste belichting, uitgebleekte kleuren of grove korrels zijn veel voorkomende fouten in digitale fotografie. Geen nood, met software valt er veel te redden. Fotoscene behandelt zeven cases in Paint Shop Pro 9.
Silhouetten in de zon
Bij een mooi tafereel wordt het effect van tegen de licht in fotograferen vaak onderschat. Gevolg: De achtergrond is te licht en de onderwerpen zijn silhouetten geworden. In Paint Shop Pro 9 zit een speciaal invulflitsfilter dat onderbelichting kan opheffen.
- Open de foto
- Ga naar het filter Invulflits in het menu Aanpassen > Fotocorrectie > Invulflits.
- Geef de kracht aan van die invulflits. In het voorbeeldvenster waarin links het origineel en rechts de aangepaste versie staat kunt u controleren hoeveel kracht u aan de invulflits moet toedienen om de onderbelichte objecten bij te lichten. In dit voorbeeld is de invulflits met een kracht van 48 ingesteld.
- Klik op OK.
- Werk vervolgens de Hoge lichten, middentonen en schaduwen bij. Dat kan met de opdracht Hoge lichten/middentonen/schaduwen uit het menu Aanpassen > Helderheid/contrast > …In dit voorbeeld zijn de waarden 26 voor de Schaduwen, 0 voor de middentonen en 17 voor de Hoge lichten ingevoerd. Klik op OK
- Pas de scherpte aan en sla de afbeelding op.


Objecten overbelicht
Bij overbelichting valt er teveel licht op een object. De lichtmeter van de camera baseert de belichtingswaarden op alle onderdelen die in een zoeker vallen. Gevolg: teveel gebieden in een object zijn veel te licht.
Wanneer er echts sprake is van sterke hoge lichten, dat wil zeggen uitgebleekte gebieden, dan is er geen beeldinformatie aanwezig en kan er aan die gebieden niets gedaan worden, tenzij met fototrucage, klonen, knippen en plakken.
Overbelichting kunt u voorkomen door de lichtmeter dichtbij het centrale object te houden, die waarden in te stellen en dan een pas terug nemen om het object in diens omgeving te fotograferen. Maar u kunt natuurlijk ook softwarematig de belichting bijstellen.
Paint Shop Pro 9 heeft hiervoor een speciaal filter: Achtergrondlicht. Deze werkt op zichzelf niet voldoende. Wanneer u die instelt dat alle te lichte gebieden inkleuren, oogt de gehele afbeelding geplastificeerd en met een lage instelling alleen is het probleem niet opgelost.
- Eerst gaan we het histogram aanpassen, Aanpassen > Helderheid en contrast > Histogram aanpassen. Schuif het pijltje links genaamd Laag naar het eerste punt waar de grafiek begint om de zwarting in de foto te versterken. Bij overbelichte foto's hoeft er aan het witpunt niets gedaan te worden. De meeste toonwaarden van de afbeelding liggen links in de grafiek. Hier is de waarde voor de zwarting Laag op 29 ingesteld. Pas desnoods ook de Middentonen aan, in het voorbeeld zijn die met een factor vier gecomprimeerd. Controleer desnoods met Histogram overlayresultaat of de toonwaarden van het uiterste puntje links tot het uiterste puntje in de grafiek rechts lopen. Klik dan op OK.
- Pak het filter Achtergrondlicht. Deze zit in het menu Aanpassen > Fotocorrectie. De kracht van de aanpassing die hier is gebruikt is 36.
- De afbeelding is nog steeds wat onderbelicht, maar met de opdracht Hoge lichten/middentonen/schaduwen uit het menu Aanpassen > Helderheid/contrast > kan de afbeelding nog meer toon krijgen. De hier gebruikte waarden zijn: respectievelijk --17, -7, en -39.
- Vervolgens is via Aanpassen > Helderheid en contrast > Helderheid/contrast de helderheid aangepast met -19.
- Tot slot is de foto verscherpt en opgeslagen.
 
Scheve gebouwen en saaie kleuren
Professionele architectuurfotografen gebruiken voor het maken van foto's van gebouwen vaak een balgcamera. Daarmee krijgen ze gebouw recht in beeld, zonder dat die lijkt om te vallen.
Bij standaardcamera's en gewone spiegelreflexcamera's vallen gebouwen vaak scheef wordt de camera omhoog gehouden om het geheel in beeld te krijgen. Een gevolg hiervan is dat weliswaar het hele gebouw op de afbeelding staat, maar dat dat gebouw lijkt om te vallen. Met het gereedschap Rechttrekken kunt u dit ongedaan maken.
- Kies het gereedschap Rechttrekken uit de gereedschapskist. Deze zit bij de andere vervormingsgereedschappen als Vervormen, Perspectiefcorrectie en Maasvormig verwringen onder de loep.
- Wanneer u het gereedschap hebt gepakt ziet u over de afbeelding een lijn met twee ankerpunten. Leg die punten op de punten van een scheve lijn in de afbeelding. Dubbelklik als de lijn is getrokken. Paint Shop Pro9 berekent het verschil tussen de scheve lijn en wat een rechte lijn zou zijn en roteert het vallende gebouw met de uitkomst van de rekensom.
- Bij het roteren draait de afbeelding op het canvas in een rechte positie. Daarbij blijven delen van de achtergrond wit. U moet de foto dus bijsnijden, met het gereedschap Bijsnijden. Dat is een rechthoek met ankerpunten. Plaats deze ankerpunten zodanig langs de afbeelding dat de witte vlakken wegvallen. U kunt in de Optiebalk van het gereedschap Rechttrekken overigens ook aangeven dat Paint Shop Pro 9 automatisch uw afbeelding bijsnijdt.
- Pas eventuele andere correcties toe op de afbeelding en sla hem op.
 
Kleuren laten leven
Een mooie vakantieplaat blijkt ineens saai en vlak. Alsof er stiekum in de camera een mengsel met bleekwater overheen is gekiept. Geen nood, de bleek haalt u er eenvoudig weer uit.
- Pas eerst het histogram aan, zo brengt u de toonverdeling in orde. Deze opdracht vindt u onder het menu Aanpassen > Helderheid en contrast > Histogram aanpassen. Zorg ervoor dat de grafiek uitloopt tot in de uiterste hoeken. Hier is alleen Laag opgeschoven naar de waarde 16 en zijn de Middentonen met een factor -6 uitgebreid.
- Ga in hetzelfde menu naar de opdracht Niveaus en breidt hier de lichte waarden uit, door de rechter schuifregelaar naar rechts uit te slepen.
- In het menu Aanpassen > Kleurbalans vindt u de opdracht Kleurbalans. Hiermee kunt u de kleurbalans in de afbeelding, of een selectie daarvan, aanpassen. Hier is gekozen voor Vooraf ingest. Doelkleur > Zuivere kleuren, waarbij de optie Helderheid behouden is aangevinkt. De kleuren ogen minder uitgebleekt nu, al lijkt er wel een gelige zweem over te hangen .
- Pas vervolgens de zwarte en witte punten aan. Met de pipetten zwart en wit en grijs kun u in het origineel de toon tussen het diepste zwart en het witste wit aangeven. De gelige kleurzweem die in de vorige opdracht is ontstaan is hiermee weg en de diepte versterkt. Vink de opties Uitbalanceren naar grijs en Helderheid behouden aan.
- Vervolgens is nog de opdracht: Kleurtoon/ verzadiging/ helderheid uitgevoerd uit het menu Aanpassen > Kleurtoon en verzadiging. De Helderheid is verhoogd met de waarde 4 en de Verzadiging met 19.
- Rest alleen nog de uitgebeten lucht en de afbeelding te verscherpen. Hoe die uitgebeten lucht een luchtig kleurtje krijgt wordt hierna behandeld.
 
Uitgebeten lucht klaren en selectief vervagen
In het hiervoorbeschreven voorbeeld zijn de fletse kleuren van de afbeelding opgehaald. Alleen de lucht ziet er nog uitgebleekt uit. Dat kan ook worden verholpen, alleen vereist dat, ervan uitgaande dat er in de lucht geen beeldinformatie meer aanwezig is, enig kunst en vliegwerk.
Zijn die gegevens er nog wel, het kan geen kwaad dat even te proberen, dan kunt u met het werken met Hoge lichten de boel redden. U brengt dan de waarde van de Hoge lichten onder de min. In dit voorbeeld zou er alleen een lichtblauwe waas over de lucht zijn gelegd. Een andere, iets complexere manier is als volgt:
- Maak een selectie van de luchtpartijen. Een voordeel van een uitgebleekte lucht is een eenvormige pixelvorming zodat deze eenvoudig met het gereedschap Toverstaf is te selecteren.
- Open een andere foto waarop veel lucht staat en maak daarvan een duplicaatlaag (Menu Lagen > Dupliceren).
- Selecteer de gedupliceerde laag (Ctrl+A) en kopieer deze met de sneltoetsen Ctrl+C.
- Klik op de te bewerken afbeelding om deze te activeren.
- Plak deze als nieuwe laag in de afbeelding via het menu Bewerken > Plakken > Plakken als nieuwe laag.
- In het palet Lagen van de te bwerken afbeelding, halveert u de doorzichtigheid van de nieuwe laag.
- Dupliceer de Achtergrondlaag, die nog steeds een selectie bevat, en plaats de duplicaatlaag boven de geplakte laag.
- Activeer het duplicaat door op de laagnaam te klikken en waarop de selectie nu actief is. Druk op de toets Delete op uw toetsenbord. De luchtfoto van de geïmporteerde laag is nu zichtbaar.
- Klik in het menu Lagen > Samenvoegen > Alle lagen samenvoegen, zodat u nog maar een laag overhoudt.
- Werk eventueel pixelranden bij en sla de afbeelding op.
 
Onderwerp benadrukken (Gaussiaanse vervagen)
Portretten of detailfoto's krijgen vaak meer impact wanneer deze voor een vage achtergrond staan. Dat is te vergelijken met een camera-instelling waarbij de diagfragmawaarde is ingesteld op 2,8 of 4,0. Lang niet bij alle camera's is het diafragma handmatig in te stellen. In dat geval kunt u die truc achteraf creëren met een vervagingsfilter. Vooral het filter Gaussiaans vervagen kan hier wonderen verrichten.
- Pas algemene fotoverbeteringen toe (histogram, verzadiging, helderheid en contrast)
- Dupliceer de achtergrondlaag door in het palet Laag uit het snelmenu via de rechtermuisknop op Dupliceren te klikken.
- Open het filtervenster Gaussiaanse vervaging uit het menu Aanpassen > Vervaging > Gaussiaanse vervaging. Stel het Bereik in. De waarden liggen tussen 0,00 voor niets en 100 voor heel veel vervaging. In het rechtervoorbeeld kunt u zien tot hoe ver u wilt gaan. Wanneer u een waarde heeft bepaald, klikt u op OK.
- Pak het gereedschap Wisser, en wis de onderdelen die u scherp wilt houden voorzichtig uit. Tip: gebruik bij de randen een lagere dekking en een lage hardheid van het penseel om een natuurlijk verloop te simuleren. Deze instellingen kunt in de Optiebalk invoeren. Werk naar de vervagingsgrenzen toe met een steeds lagere dekking en een steeds zachtere penseel.
- Eventueel kunt u via de laagmening nog een ander effect aan de afbeelding meegeven. Klik daarvoor in het vak achter de laagnaam op de tekst Normaal en kies een andere mengmodus.
- Wanneer u per abuis teveel Gaussiaanse vervaging hebt toegepast is er nog niets aan de hand. U kunt het effect namelijk achteraf nog verminderen, door de laagdekking van de duplicaatlaag naar beneden bij te stellen. De laag wordt dan minder sterk gemengd met de Achtergrondlaag.
- Voeg de lagen samen via het menu Lagen > Samenvoegen > Alle lagen samenvoegen.
- Sla de afbeelding op.
 
Grove korrel verwijderen
Bij foto's die u binnen maakt hebt u ofwel een flits nodig ofwel voldoende ander licht eventueel in combinatie met een hoge ISO-waarde. Een probleem bij hoge ISO-waarden in digitale camera's is dat die een erg grove korrel laten zien.
Grofkorreligheid komt ook voor bij foto's van videobeelden, bij artefacten rond objecten en bij foto's van goedkope, eenvoudige camera's. Korrel is vooral zichtbaar wanneer u de foto op uw scherm vergroot.
 
Deze foto van de ijsshow is genomen zonder flits, maar waarbij het onderwerp is beschenen met showlicht. De ISO-waarde is ingesteld op 800 ISO, hetgeen een flinke korrel oplevert. Met het filter Grofkorreligheid uit digitale camera's verwijderen kunt u die grove korrels minimaliseren. Eerst worden wat algemene correcties aangebracht.
- Pas het histogram aan
- Pas de niveaus aan; schuif de linker schuifregelaar naar links voor dieper zwart.
- Omdat de kleuren een roze zeem vertonen wordt de kleurtemperatuur aangepast via de opdracht Aanpassen > Kleurbalans > Kleurbalans grijze wereld.
- Pas nu het filter uit Aanpassen > Fotocorrectie > Grofkorreligheid uit digitale camera's verwijderen toe.
- Onder de previewvensters ziet u in het tabblad Grofkorreligheid verwijderen nog een voorbeeld van de afbeelding staan met drie dradenkruizen. Dit zijn gebieden die de software als grofkorrelig definieert in zowel de hoge lichten, de middentonen en de schaduwen. Wanneer u op zo'n gebied klikt, verschijnt in het voorbeeldvenster eenzelfde samplinggebied. Deze kunt u verplaatsen met de rechtermuisknop en met de ankerpunten kunt u het gebied vergroten of verkleinen.
- Om meer dradenkruizen te maken, dus meer gebieden te definiëren, klikt u in het previewvenster linksboven met de cursor over de te bewerken gebieden.
- Klik op alle dradenkruizen in het voorbeeld naast de instellingsopties om deze te activeren
- Met de instellingen Klein, Normaal en Groot bepaalt u de mate van de correctie in de sample-gebieden. Activeer de optie Vergrendelen zodat de verhoudingen van de correctie hetzelfde zijn.
- Met Correctiemenging geeft u een percentage op de kracht van de samenvoeging van de correcties en het origineel. Ga uit van een standaardwaarde van 70 en kijk zelf of die waarde hoger of lager moet.
- Met Verscherpen geeft u aan hoeveel de afbeelding na verwijdering van de grofkorreligheid moet worden toegepast
- Als u meerdere foto's hebt, met een zelfde afwijking in grofkorreligheid, kunt u de zojuist ingevoerde instellingen opslaan als Voorinstelling camera of een standaardvoorinstelling.
- Klik op OK om de correctie door te voeren
- In deze afbeelding zijn de waarden Klein, Normaal en Groot alle drie op 50 ingesteld, is de optie Detailgrootten koppelen geactiveerd, het percentage Correctie mengen op de standaardwaarde van 70 gehouden en is er een verscherping aangebracht van 13.
- Het duurt even voordat het filter is toegepast.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in het blad PC Active
|