Home Workshops Photoshop Foto analyseren met het histogram
Foto analyseren met het histogram PDF Afdrukken E-mail
Workshops - Photoshop
dinsdag, 08 september 2009 14:26
Inhoudsopgave
Foto analyseren met het histogram
Niveaus aanpassen
Schaduwen en hooglichten
Alle Pagina's
Het histogram laat de verdeling zien van de pixels in een grafiek die aangeeft hoeveel pixels met een bepaald kleurintensiteitsniveau de afbeelding bevat. Hiermee kunt u goed bepalen of een foto moet worden verbeterd (en zo ja, hoe).

Om het histogram te analyseren is het handig zelf een afbeelding te openen. Open dan het Histogramvenster via Venster > Histogram.

Het histogram toont een grafische weergave van de kwaliteit van uw afbeelding. Bovenin kunt u selecteren van welk kanaal u de grafiek wilt bekijken: Lichtsterkte, Rood, Groen of Blauw. Onder de grafiek kunt u statistische informatie lezen over de intensiteitswaarden van de pixels.

In het histogram ziet u de grafische weergave van de beeldkwaliteit van de foto.

Lichtsterkte
Lichtsterkte is het kanaal dat u bekijkt om te beoordelen of het contrast goed is. De lichtsterkte heeft helderheidswaarden tussen 0 en 255.
De breedte van de pieken geeft de hoeveelheid detail aan. Hoe smaller de grafieklijnen hoe minder detail. Ofwel: hoe smaller het bereik, hoe minder detail.

Toonbereik
Toonbereik is het verschil tussen de lichtste en donkerste waarden in een afbeelding. Een ideale foto bevat zoveel mogelijk evenwichtig verdeelde tonen over een zo breed mogelijk toonbereik, waarbij het zwartste zwart zwart is en het witste wit wit.

Als het bereik van de pixels in het midden is gepositioneerd, betekent dit dat de details in de afbeelding voornamelijk in de middentonen voorkomen. Bij een opeenhoping van lijnen links in de grafiek bevinden de details zich vooral in de schaduwen. Wanneer rechts de meest informatie te vinden is, bevinden de meeste details zich in de hoge lichten.
Bekijkt u een afzonderlijk kleurkanaal dan kunt u de waarde van die kleur (tussen 0 en 255) aflezen achter Gemiddeld in de statistische gegevens. Hoe hoger de waarde, hoe sterker de kleur. Pieken aan de uiterste rechterzijden betekenen voor de kleurtoon dat die kleur de volle kleursterkte heeft.

Vuistregels voor het lezen van het histogram
Het lezen van het histogram vergt enige oefening. Niet elke afbeelding is immers hetzelfde. Toch zijn er enkele vuistregels te noemen.
  • Als de grafiek aan de linkerkant niet begint bij de waarde 0, zijn de donkerste pixels in de afbeelding niet zuiver zwart.
  • Als de grafiek stopt vóór het einde van het histogramvenster, zijn de helderste pixels niet wit.
  • Als de grafiek hoge pieken aan de linkerkant vertoont, is de afbeelding te donker en moet deze worden verhelderd.
  • Staan de grafiekpieken vooral rechts, dan is de afbeelding te licht en moet deze donkerder worden gemaakt.
  • Als het beeld te donker is, maar de grafie geeft aan dat de lichte en donkere waarden oke zijn, is de gammawaarde te laag.
  • Als het beeld te licht is, maar de grafie geeft aan dat de lichte en donkere waarden oke zijn, is de gammawaarde te hoog.
  • Het verhogen van de gammawaarde (de afbeelding lichter maken), verbetert de schaduwdetails, maar daarbij verdwijnt mogelijk de detaillering van de hoge lichten.
  • Het verlagen van de gammawaarde (de afbeelding donkerder maken) verbetert de detaillering in de hoge lichten, maar daarmee verdwijnt er mogelijk schaduwdetail.
  • Als de pieken zowel links (donker) als rechts (licht) in de grafiek staan en de dalen in het midden, is de verhouding middentonen, schaduwen en hoge lichten niet juist. De middentonen worden gecomprimeerd en de schaduwen en hoge lichten uitgebreid. Dit komt veel voor bij ingeflitste foto's waarbij het gefotografeerde dicht bij de camera staat. Schuif de schuifregelaar omhoog.
  • Als de pieken vooral in het midden staan, met dalen aan de linker- en rechterzijde, is de verhouding middentonen, schaduwen en hoge lichten niet juist. De middentonen moeten dan worden uitgebreid.
  • Een scherpe piek in een lijn betekent dat er veel pixels zijn in de geselecteerde component. Hoe dichter de lijn zich tegen de horizontale as bevindt, hoe minder pixels die component bevat.
  • Een evenwichtige verdeling in piekwaarden van de grafieklijn geeft aan dat de afbeelding waarschijnlijk voldoende detail heeft. Een afbeelding met een volledig toonbereik heeft in alle gebieden een groot aantal pixels.
  • (Veel) pieken in een klein bereik, dus smalle hoge pieken betekenen dat er te weinig detail en contrast in de afbeelding zit om te corrigeren. Ofwel: hoe smaller het bereik, hoe minder detail. Zit er weinig detail in de foto, dan heeft correctie weinig zin.
  • Bij weinig spreiding in de lijnen moet u het contrast verhogen.
  • Bij een onevenwichtige verdeling van de grafieklijnen waarbij veel sterke, smalle pieken te zien zijn op verschillende waarden van de horizontale as moet de kleurbalans worden hersteld.
  • Als de kleurwaarde van een kanaal 0 is, is die kleur afwezig. Bij een waarde van 255 is de kleur volop aanwezig (volledige kleurtoon).

 

 

 

 


Niveaus aanpassen



Met de theorie over het histogramvenster kunt u het toonbereik en de kleurbalans in een afbeelding beter corrigeren. Hiervoor gebruikt u het dialoogvenster Niveaus. Dit venster toont eveneens een histogram, maar heeft ook mogelijkheden om het toonbereik en de kleurbalans aan te passen.

Venster Niveaus openen
Open het dialoogvenster Niveaus in Photoshop Elements via Verbeteren > Belichting aanpassen > Niveaus. In Photoshop opent u dit venster via het menu Afbeelding > Aanpassen > Niveaus
Het venster niveaus.

Wat zegt dit venster?
In dit voorbeeld ziet u een opeenhoping van pixels aan de linkerzijde. Dit laat zien dat zwart aanwezig is, wit weinig, behalve een piek van de hooglichten en dat het toonbereik vrij smal is. Oftewel: er zijn geen details in de hoge lichten, er is sprake van onderbelichting en weinig contrast.

Automatisch niveaus aanpassen
U kunt op de knop Automatisch klikken om het venster zelf de waarden te laten bepalen. Deze knop geeft hetzelfde resultaat als wanneer u de opdracht Automatisch Niveaus bepalen geeft (Verbeteren > Niveaus bepalen). Het nadeel van deze automatische niveaubepaling is dat er kleurwijzigingen kunnen optreden.

Zelf niveaus aanpassen
Beter is om zelf de niveaus aan te passen. Moeilijk is dat niet. Standaard staat het venster niveaus ingesteld op het kleurkanaal RGB. Daarmee past u in een keer het toonbereik van de gehele foto aan.

De schaduwen aanpassen
De schaduwen kunt u met de zwarte pijlpunt links bijwerken. Om de donkerste pixels in de afbeelding helemaal zwart te maken verschuift u de zwarte schuifregelaar linksonder in het histogram naar rechts tot op het punt waar de grafiek begint te stijgen. U kunt desgewenst ook het zwartpipet gebruiken om daarmee in de afbeelding de donkerste pixel te selecteren. Merk op dat deze methode minder nauwkeurig is en een kleurafwijking kan opleveren.

Hoge lichten aanpassen
Om de hoge lichten te verbeteren selecteert u de witte pijlpunt en sleept deze naar links, in de richting van de grafiekwaarden. Doorgaans kunt u stoppen op de plek waar de grafieklijn begint.
Soms geeft het histogram foutieve belichtingswaarden aan en moet u iets verder schuiven. Hier is dat het geval met de piek rechts. Deze geeft namelijk de waarde aan van het invallend licht door het raam.
Ook kunt u het pipet Wit gebruiken om een witpunt te definiëren. Klik op het pipet Wit en zet uw muiscursor op het witste wit in de afbeelding. Die wordt nu nog witter gemaakt en alle andere tonen worden daaraan gerelateerd.

Middentonen aanpassen
Pas daarna de middentonen aan met de grijze pijlpunt. Hoe meer u naar rechts schuift, hoe donkerder de middentonen worden en vice versa. Het aanpassen van de middentonen heeft geen invloed op de schaduwen en hoge lichten. Het is niet aan te raden hier het grijspipet te gebruiken, omdat daarmee de kleurbalans te veel verandert, hoewel het geen kwaad kan om de effecten uit te proberen.

Het grijze pipet kunt u wel gebruiken om eventuele kleurzweem te verhelpen. U klikt met dit pipet op een grijze pixel in de afbeelding. Photoshop refereert hieraan de grijswaarden van alle kleuren in de afbeelding en past die als zodanig aan.

Boven het histogram ziet u drie waarden staan voor inputniveau. Deze veranderen als u de pijlpunten verschuift. Het linkervak staat voor de schaduwen (0), het rechtervak voor de hoge lichten (255). Het middelste invoervak is voor de middentonen.

Histogram opnieuw bekijken
U kunt het aangepaste histogram teruglezen in het histogram via Afbeelding > Histogram. U kunt ook hetzelfde dialoogvenster Niveaus openen.

Afzonderlijke kanalen aanpassen
U kunt het dialoogvenster Niveaus ook gebruiken om de afzonderlijke kleurkanalen aan te passen. Dit kunt u vooral toepassen waneer een kleur in de afbeelding teveel overheerst, zoals bij kleurzweem. Klik op het pijltje achter Kanaal en selecteer Rood, Groen of Blauw. U voert dezelfde handelingen uit als hierboven beschreven, alleen dan voor elk kanaal afzonderlijk.

Wanneer u nog nauwkeuriger wilt werken, kunt u de Alt-toets ingedrukt houden wanneer u met de pijlpunten wit en zwart sleept. Zorg dat het vak Voorbeeld is aangevinkt. De afbeelding lijkt eerst zwart of wit te worden. U stopt met schuiven totdat u witte dan wel zwarte punten ziet in de foto.

De vorige foto is met niveaus aangepast.

Bent u er niet zeker van of de uitgevoerde handeling een goed resultaat geeft, bekijk de afbeelding dan eens in de modus Grijswaarden. Het verwijderen van de kleurinformatie geeft een beter beeld van het toonbereik in de afbeelding. Dat kan ook via Verbeteren > Kleur aanpassen > Kleur verwijderen ontkleurt.

Schaduwen en hooglichten


Zijn na het aanpassen van de niveau's de tonen in de afbeelding nog niet goed, is er teveel en te donker schaduw en/of te weinig doortekening in de hooglichten? Dan kunt u proberen dit met het venster Schaduwen/hooglichten te verhelpen.

Met het venster Schaduwen/hooglichten kunt u namelijk de schaduwpartijen in een afbeelding oplichten en de hooglichten wat extra doordrukken. Hooglichten kunt u alleen ophalen als er beeldinformatie aanwezig is, bij reflecties van licht blijft het beeld wit. Meer hooglichten geven, kan verkleuringen opleveren.


Het venster Schaduwen/Hooglichten
  1. Open de foto die u wilt aanpassen met schaduwen /hooglichten
  2. Kies in het menu Afbeelding > Belichting aanpassen > Schaduwen/Hooglichten
  3. Het venster Schaduw/hooglichten oogt vrij simpel. Hij kent drie schuifregelaars. Een om de schaduwenop te lichten, een om de hooglichten te verdonkeren en een om het contrast in de middentonen te bepalen. In het voorbeeld van figuur 7_9 is alleen de regelaar van hooglichten met 29 procent aangepast. Ook is er iets meer (drie procent) extra contrast aan de middentonen toegevoegd. Maar het mag niet baten.
  4. Speel met de schuifregelaars. Elke aanpassing wordt direct weergegeven in uw foto, mits de optie Preview is aangevinkt. In de afbeelding hieronder ziet u een goed voorbeeld van dit venster. Let daarbij vooral op het hoofdje van het kind dat rechts zit.


Op deze afbeelding (links) is de opdracht Schaduwen/hooglichten toegepast en rechts met te hoge waarden.