Home Workshops Photoshop Schitteren met effecten en laagstijlen in Photoshop (Elements)
Schitteren met effecten en laagstijlen in Photoshop (Elements) PDF Afdrukken E-mail
Workshops - Photoshop
dinsdag, 08 september 2009 14:36
Inhoudsopgave
Schitteren met effecten en laagstijlen in Photoshop (Elements)
Schuine randen
Foto inlijsten
Alle Pagina's
In de vorige afbeeldingserie zag u een paar effecten staan die via het palet Effecten en laagstijlen zijn gemaakt. Klik onder in het scherm op het pijltje van Palette bin om de palletten voor de effecten en laagstijlen naar voren te halen, tenzij ze er al staan uiteraard. Kies anders uit het menu Venster de optie Stijlen en effecten.

Er zijn vier categorieën effecten:
  • Afbeeldingseffecten: toe te passen op een kopie van een geselecteerde laag.
  • Kadereffecten: voor het maken van randen of inkaderde uitsnedes.
  • Structuureffecten: om een structuur aan de achtergrond toe te voegen. Hiervoor wordt een nieuwe laag gemaakt.
  • Teksteffecten: om effecten op tekstlagen te creëren.
Als een effectnaam wordt gevolgd door de teksten (laag), (selectie) of (tekst), wordt daarmee aangegeven dat het filter alleen kan worden toegepast op respectievelijk een laag, een selectie of op tekst.
Effecten als Wild kader of Rimpel kader voegen bestaande lagen in een afbeelding eerst samen voordat het effect wordt toegepast. Bij het effect Uitknippen dient u eerst een selectie te maken, net als bij het effect Vignet. Bovendien maakt het laatstgenoemde effect twee nieuwe lagen in de afbeelding. Bij de laageffecten (de effecten die nieuwe lagen maken) krijgt u geen voorvertoning te zien; deze worden meteen toegepast.

De foto lijkt in de nacht gemaakt te zijn. Links het bijbehorende palet lagen.
Als voorbeeld gaan we op de bovenstaande afbeelding een effect toepassen.
  • Open een afbeelding waarop u een effect wilt toepassen
  • Dupliceer de achtergrondlaag in het palet Lagen.
  • Selecteer het effect Zonsondergang uit de categorie Structuren van het palet Effecten.
  • Sleep dit effect vanuit het palet naar de afbeelding.
  • Dit effect heeft twee nieuwe lagen gemaakt, Verloopvulling 1 en 2; de achtergrond heeft nu het effect van een zonsondergang gekregen. Eventueel andere lagen zijn onzichtbaar gemaakt.
  • Maak van de duplicaat een selectie (doezelaar 40) van de delen die u wilt benadrukken. Maak daarvan een nieuwe laag en plaats die laag boven de twee effectlagen. De selectie komt dus bovenop de zonsondergang.
  • Selecteer de laag van de eerste verloopvulling (degene die het meest dichtloopt) en ga met de wisser langs de randen van het object dat u behouden wilt laten. Stel de wisser in met een niet zo'n grote hardheid en een dekking van 70 procent voor een natuurlijkere overloop.
  • Stel de mengmodus in op Kleur doordrukken in en laat de dekking op honderd procent staan. De afbeelding lijkt ineens in de nacht genomen.
  • Pas eventueel nog wat verfijningen toe.
  • Voeg de lagen samen en sla de afbeelding op.

Laagstijlen
Met laagstijlen past u visuele effecten toe op een laag, bijvoorbeeld schuine kanten en slagschaduwen. Of u geeft de afbeelding een gloed mee. Laagstijlen fungeren alleen maar op lagen. Als u van de originele afbeelding nog geen kopie hebt gemaakt, maakt een laagstijl eerst een laag van het origineel (geen duplicaat).

Laagstijlen worden, anders dan filters en effecten, gekoppeld aan de inhoud van de afbeelding. Als u later de inhoud van de laag bewerkt, past de laagstijl zich hierbij aan. U kunt op een laag verschillende stijlen toepassen.

Lagen die een laagstijl krijgen toebedeeld, worden in het palet Lagen gekenmerkt door een 'f'. Laagstijlen worden toegepast met vooraf gedefinieerde instellingen. Deze kunt u pas wijzigen nadat de laagstijl is toegepast.

Sommige laagstijlen zijn zo dominant dat ze de gehele afbeelding overheersen. Pas in dat geval de dekking en de modus van de laag aan en/of pas de instellingen van de laagstijl aan. Daarvoor klikt u op in de laag.

U kunt een laagstijl verwijderen via Bewerken > Ongedaan maken Laagstijl en/of Stap terug. Als er andere bewerkingen zijn gedaan voordat u besloot de laagstijl te verwijderen, moet u deze naar de prullenmand onder in het palet Lagen slepen.

Op afbeelding eerste afbeelding wordt een laagstijl toegepast op een selectie uit de afbeelding. Dat doet u als volgt:
  • Open de afbeelding.
  • Voeg de lagen van de afbeelding samen en maak een kopie van de achtergrondlaag.
  • Pak het gereedschap Rechthoekig selectiekader(sneltoets M) en trek een selectie over een deel van de foto. Maak hiervan een nieuwe laag (Ctrl+J)
  • Kies uit het palet Stijlen en Effecten de categorie Laagstijlen en kies daarvan de hoofdinstelling Slagschaduw. Dubbelklik op de stijl Gloed buiten en dan op schuurpapier.
  • Klik in de betreffende laag op het f-teken. U kunt daarmee de instellingen van de schaduw en de gloed instellen. De streep in de cirkel kunt u verplaatsen om de schaduwranden te positioneren, achter de cirkel staat de belichtingshoek in cijfers aangegeven (140). Ook kunt u de grootte van de schaduw aangeven (81 pixels) en de grootte van de Gloed buiten (13 pixels). Daaronder ziet u nog een aantal laagstijlen, maar die kunt u niet aanpassen omdat u die (nog) niet hebt gebruikt.
De laagstijlen naar eigen inzichten aanpassen