| Selecteren in Photoshop (Elements) - Extra opties bij het selecteren |
|
|
|
| Workshops - Photoshop |
| dinsdag, 08 september 2009 14:37 |
|
Pagina 7 van 7
Extra opties bij het selecterenSoms wilt u na of tijdens de selectie de selectie uitbreiden, of nog meer doezelen of omkeren. Dat kan. Net als verslepen en verfijnen.
Toename
De selectiebewerkingsfunctie Toename kunt u gebruiken bij selecties die u maakt met de toverstaf. De toverstaf neemt niet altijd meteen alle pixels mee die u zou willen zien. Met Toename vermeerdert u het aantal geselecteerde pixels die grenzen aan de pixels die binnen het tolerantiebereik van de toverstaf vallen. Een hogere tolerantie neemt een breder bereik aan kleuren mee. Bij Gelijkend wordt de selectie vermeerderd met gelijkwaardige pixels die binnen de tolerantiewaarde van de toverstaf vallen, over de gehele afbeelding. Alles selecteren
De snelste manier om een afbeelding in zijn geheel te selecteren is met behulp van de sneltoetsen. Druk op Ctrl+A om een hele selectie te maken, op Ctrl+C om deze selectie te kopiëren en op Ctrl+V om deze in dezelfde of in een andere afbeelding te plakken. Selectie in nieuwe foto plakken
Wilt u een selectie in een nieuwe afbeelding plakken, selecteer dan een gewenste achtergrondkleur in de kleurvakken in de gereedschappenset. Klik dan in het menu Bestand op Nieuw, pas eventueelde maten aan en klik op OK. Met Ctrl+V plakt u de gekopieerde (Ctrl+C) of geknipte (Ctrl+X) selectie in de nieuwe afbeelding. Geplakte kopieën worden als een nieuwe laag in de afbeelding geplaatst, zodat u die weer gemakkelijk kunt bewerken. Selectie verplaatsen
U kunt een gemaakt selectiekader gemakkelijk verplaatsen door de muisaanwijzer op de rand van het kader te plaatsen. Op het moment dat de cursor verandert in een pijl met een selectiemodus eraan, kunt u het selectiekader verschuiven. Kiest u het gereedschap Verplaatsen en sleept u vervolgens met het selectiekader, dan sleept u ook de inhoud van de selectie mee. Selectie omkeren
Als u grote gebieden moet selecteren, is het meestal handiger een omgekeerde selectie te gebruiken. Dat houdt in dat u juist selecteert wat u niet wilt gebruiken en dat u die selectie vervolgens omdraait. Ook kunt u Selectie omkeren gebruiken als u zowel binnen als buiten de selectie aanpassingen wilt verrichten. Selectiekaders verfijnen
De meeste opties in de optiebalk moet u instellen vóór het maken van een selectie. Soms komt u er te laat achter dat u toch de doezelaar anders had willen instellen of dat de selectie groter had gemoeten. Verwijder de selectie dan niet meteen, want u kunt deze ook achteraf nog aanpassen met behulp van de opties in het menu Selecteren. Doezelaar
Om alsnog te doezelen klikt u in het menu Selecteren op Doezelaar. Geeft in het opdrachtvenster Doezelselectie een waarde op voor de Doezelstraal om de breedte van de doezelrand te bepalen. Vul een waarde in tussen 0,2 en 250. Vloeiend
In plaats van doezelen kunt u de selectieranden ook vloeiender maken via het menu Selectie > Bewerken > Vloeiend. De optie Vloeiend snijdt ook het beeldkader uit, zodat de selectieomvang meteen bepalend wordt voor de uitsnede. Nieuw Selectiekader maken
Met de opdracht Selecteren > Bewerken > Kader plaatst u op basis van de selectie een nieuw selectiekader rond de oorspronkelijke selectie. Geef een waarde op tussen 1 en 200. Hoe hoger de waarde, hoe breder de selectierand. Vergroten
Met vergroten kunt u de randen van het kader verbreden met een door u opgegeven aantal pixels. Een waarde van 99 betekent bijvoorbeeld dat er tussen de oude en de nieuwe selectierand 99 pixels ruimte aanwezig is. Verkleinen
Andersom kan natuurlijk ook: het selectiekader verkleinen. Klik op Selecteren > Bewerken > Slinken en geef een waarde op in het venster Selectie slinken. Tips bij het maken van selecties
|