Home Workshops Photoshop Selecteren in Photoshop (Elements)
Selecteren in Photoshop (Elements) PDF Afdrukken E-mail
Workshops - Photoshop
dinsdag, 08 september 2009 14:37
Inhoudsopgave
Selecteren in Photoshop (Elements)
Selecteren met een selectiekader
Selecteren met lasso's
Toveren met selecties
Het selectiepenseel
Opties voor gereedschappen
Extra opties bij het selecteren
Alle pagina's
Selecteren is de basis voor gevanceerde beeldbewerking. Selecties zijn te gebruiken voor het aanpassen van bepaalde delen van een afbeelding of voor trucages

Een veelvoorkomende vaardigheid bij het bewerken en manipuleren van afbeeldingen is het selecteren van objecten in de afbeelding. Selecties kunnen scherpe of vage ronde of hoekige objecten zijn, maar ook hoofden, vreemde voorwerpen of personen en zelfs pixels met dezelfde kleur.

Selecties maakt u om bepaalde delen van een afbeelding te bewerken zonder de gehele afbeelding te beïnvloeden, bijvoorbeeld bij afbeeldingen die deels onderbelicht en deels overbelicht zijn. U kunt dan per deel het toonbereik herdefiniëren en aanpassen. Of u brengt een effect aan op slechts een deel van de afbeelding. Selecties kunt u ook kopiëren en in dezelfde of in een andere foto plakken, verwijderen of inkleuren. Oefenen met het maken van selecties is verstandig, want u moet hierin een zekere vaardigheid ontwikkelen.

Een geselecteerd gebied wordt gemarkeerd met een knipperende stippellijn: het selectiekader. Het gebied buiten het selectiekader is beveiligd tegen bewerkingen. Als u over de grenzen van het selectiekader gaat, heeft dat dus geen invloed op het beschermde gebied.


Het gebied buiten deze selectie is beschermd. Bewerkingen beperken zich tot dit gebied.
In de beeldbewerkingsprogramma's, zoals Paint Shop Pro, Photoshop en Photoshop Elements zijn verschillende gereedschappen te vinden om handige selecties te maken. Hier staan vier selectiegereedschappen. Twee daarvan hebben nog weer aangepaste gereedschappen. Deze gereedschappen zijn:
  • Selectiekader: Rechthoekig selectiekader, Ovaal selectiekader
  • Lasso: Lasso, Veelhoeklasso, Magnetische Lasso
  • Toverstaf
  • Selectiepenseel


Selecteren met een selectiekader


De truc is te weten wanneer u welk selectiegereedschap gebruikt. daarom leest u hier een overzicht van verschillende selectiemethoden en waarvoor die handig zijn.


Selecteren met het rechthoekig of ovaal selectiekader
Het gereedschap Selectiekader gebruikt u voor de selectiegebieden met rechte lijnen of ovalen. Standaard ziet u in de gereedschappenset het rechthoekig gereedschap staan. Om een ovaal selectiekader te selecteren klikt u op het rechthoek en houdt u de muisknop ingedrukt. Vervolgens sleept u de muisaanwijzer naar het snelmenu dat nu zichtbaar is en klikt u op de optie Ovaal selectiekader.

Een rechthoekig of een ovaal selectiekader is handig wanneer u een vierkant of ovaal vlak bewerken of zo'n vlak naar een andere laag wilt kopieren, zoals in dit voorbeeld. In bovenstaande afbeelding zijn selectiekaders gemaakt met het gereedschap Ovaal selectiekader en die zijn vervolgens in een nieuwe afbeelding geplakt.

Dat ging zo:
  • Open de foto en plaats deze groot in beeld.
  • Kies het gereedschap Ovaal selectiekader.
  • Stel de opties voor gereedschappen in. Hier is gekozen voor een doezelaar van 100 procent.
  • Teken een ovaal rond het eerste object dat u wilt selecteren.
  • U kunt het selectiekader nog verplaatsen door op de rand van die selectie te klikken en deze over het object te slepen.
  • Het ovaal past niet volledig om het hoofd. Met de knop Toevoegen aan selectie in de optiebalk, kunt u de selectie uitbreiden. Teken kleine ovalen rond de gebieden die nog niet zijn bedekt. Wanneer uw selectie te groot blijkt kunt u delen verwijderen met de knop Verwijderen uit selectie.Teken daarmee over de selectieranden die buiten het gebied vallen dat u wilt bewerken.
  • Het selectiekader kunt u gebruiken om het geselecteerd gebied te bewerken. Bijvoorbeeld om dat deel door te drukken, tegen te houden of met de spons extra te verzadigen. Bewerk eventueel het object binnen de selectie. Hier is van de eerste selectie een nieuwe laag gemaakt met de toetsencombinatie Ctrl+J. In het palet lagen ziet u dan de selectie in een nieuwe laag. Als u het palet niet ziet klikt u in het menu Venster op Lagen.
  • Klik in het palet lagen op Achtergrond en maak met het gereedschap Ovaal selectiekader een nieuwe selectie met eenzelfde doezelaar. Maak hiervan opnieuw een nieuwe laag.
Er zijn nu twee nieuwe lagen gemaakt. Deze nieuwe lagen zijn in een nieuwe afbeelding geplakt met een witte achtergrond.
Het maken van een nieuwe afbeelding gaat zo:

  • Klik in het menu Bestand op Nieuw > Blank bestand.
  • Vul de afmetingen in zoals die ook in het originele bestand staan. (die kunt u achterhalen door in het menu Afbeelding van het originele bestand te klikken op Vergroten/Verkleinen> Afbeeldingsgrootte) en klik op OK.
  • Halveer zowel de nieuwe afbeelding als het origineel. Hiertoe klikt u op de halveerknop rechtsboven het afbeeldingsscherm.
  • Activeer het origineel door op de titelbalk te klikken. Klik in het palet lagen op de eerste laag. Sleep deze laag naar de nieuwe afbeelding. Doe het zelfde met de tweede laag.
  • Beide lagen staan nu in de nieuwe afbeelding. Zet de afbeelding weer volledig in beeld door rechts boven het fotoscherm op het vierkantje te klikken.
  • Positioneer de lagen met het gereedschap Verplaatsen. Letwel, om een laag te verplaatsen moet u deze in het palet lagen wel activeren door er een keer op te klikken.
  • Snijdt de afbeelding desgewenst bij.
  • Sla de nieuwe afbeelding op.
Nu verschijnt het origineel met de laatste selectie nog in beeld. Maak deze selectie ongedaan. Klik daarvoor in het menu Selecteren op Deselecteren. Wanneer het selectiegereedschap nog is geactiveerd kunt u ook gewoon buiten de selectie klikken, of via het snelmenu (op te roepen met de rechter muisknop) te klikken op Deselecteren.
Selectie van een ovaal seletiekader en een doezelaar van honderd pixels


Selecteren met lasso's


De lasso kan een handige manier zijn om een object nauwkeurig te selecteren. Er zijn verschillende soorten lasso's, die hier worden besproken. De lasso gebruikt u om nauwkeurig objecten te selecteren die niet met het gereedschap Selectiekader kunnen worden gemaakt. Denk hierbij aan planten, dieren en personen.

Lasso
De lasso vergt een stevige, niet bibberende hand. U moet, al slepend met de muis, de contouren van de randen van de te maken selectie exact natekenen zonder de muisknop los te laten. Laat u halverwege de muis los, dan maakt Photoshop Elements de selectie zelf af door een rechte lijn te trekken van begin- tot eindpunt.
Maar als u tijdens het maken van de selectie de Alt-toets ingedrukt houdt, kunt u de muis ondertussen wél loslaten (de Alt-toets niet).

Veelhoeklasso
Deze lasso kunt u gebruiken om rechte selectielijnen aan te brengen op hoekige objecten. In onderstaande afbeelding is het poppenhuis geselecteerd met de veelhoeklasso. Het huis zelf is verscherpt met het filter Onscherp masker en de achtergrond is sterk vervaagd (Selectie omkeren > menu Filter > Vervagen > Gaussiaans Filter).

De veelhoeklasso is vooral handig bij hoekige, rechtlijnige objecten.

Magnetische Lasso
Dit is het handigste gereedschap om een nauwkeurige selectie te maken van moeilijke objecten. De magnetische lasso kleeft het selectiekader vast aan de pixelranden van de afbeelding waarover u sleept. Hoe contrastrijker de selectie is, hoe effectiever de magnetische lasso werkt. Op de punten waar u klikt, plaatst de lasso een ankerpunt vanwaar u verder kunt met het maken van een lassoselectie. U klikt op het beginpunt, trekt een (kort) lijntje, laat de knop los en gaat zo verder tot het beginpunt. Hier dubbelklikt u met de muis om de selectie te voltooien.

In bovenstaande afbeelding zijn de dakranden niet goed meegenomen met het veelhoekig lasso. Deze kunt u met het magnetisch lasso bijwerken. Klik hiervoor op het magnetisch lasso uit de gereedschapskist. De selectie van het huis staat er nog. Klik op de knop Toevoegen aan selectie en werk de randen nauwkeurig bij. Het is daarbij handig om de afbeelding sterk ingezoomd in beeld te hebben. Voor een mooie selectie stelt u de doezelaar in op 2 tot 4 pixels.



Toveren met selecties


Moeilijk te selecteren gebieden zoals lucht tussen boomblaadjes of haren kunt u beter betoveren. Dat kan met het toverstafje. Die selecteert met een klik alle gebieden in de afbeelding die hetzelfde zijn als het aangeklikte gebied.

De toverstaf gebruikt u om snel selecties van pixels te maken die eenzelfde kleurtoon, helderheid, RGB-waarden of dekking hebben als de pixel die u met de toverstaf aanraakt.
De pixels met dezelfde afstemmingsmodus kunt u hiermee bewerken, ook al grenzen de pixels niet direct aan elkaar. De werking van de toverstaf ontdekt u het beste tijdens een oefening.
  • Open een afbeelding.
  • Kies de toverstaf.
  • Klik ergens in de afbeelding en bekijk hoe de selectie wordt gemaakt.
  • Open nu Opties voor gereedschappen. Kies een andere afstemmingsmodus.
  • Klik opnieuw in de afbeelding om deze selectie te zien. Probeer nu alle modi uit.
  • Doe hetzelfde met een hoge tolerantiewaarde. U ziet dat de selectiegebieden groter worden.
  • Probeer hier ook de doezelwaarde uit.
De lucht rond en tussen de bloesem is met drie klikken met de toverstaf grotendeels geselecteerd



Het selectiepenseel



Het selectiepenseel kunt u gebruiken bij complexe selecties waarbij meerdere objecten in een keer moeten worden geselecteerd. U schildert als het ware de selectie om het object heen. Handig is de modus Maskeren bij dit penseel, dan kunt u nog beter uw selectie verfijnen.

Selecteren met het selectiepenseel
Het selectiepenseel is vooral bruikbaar in afbeeldingen waar weinig kleur is en geen goed contrast tussen de afbeeldingselementen. Schiet u een keer uit, dan herstelt u de fout eenvoudig met de Alt-toets.

Ook kunt u dit penseel gebruiken om selectielijnen gemaakt met een andere selectiegereedschap makkelijk te verfijnen. U kunt er namelijk de lijnen mee naar buiten of naar binnen duwen. Grappig aan het selectiepenseel is dat hij dubbel selecteert: een buiten en een binnenlijn. De selectie is alles wat tussen die twee lijnen valt.

Oefening
  • Open een afbeelding.
  • Kies het gereedschap Selectiepenseel. Stel de opties voor het gereedschap in. Deze zijn hetzelfde als de opties bij een gewoon penseel. U kunt hierbij de penseelkwast, de grootte en de hardheid aangeven. Stel voor het aanvankelijke ruwe werk een groot penseel in. De modus laat u staan op Selectie, de ander modus Masker wordt zo direct besproken.
  • Begin met het maken van een grove selectie.
  • Zoom in op de afbeelding, maak het penseel kleiner en maak de selectie fijner. Komt u dichtbij de randen, stel de hardheid dan iets lager in. Standaard staat deze op honderd procent, maar dat geeft bij een selectie erg harde (lees: blokkerige) overgangen. Hoe lager de hardheid, des te meer de randen overlopen met het ernaast liggende gebied.
  • Selecteer nu in de optiebalk de modus Masker.
Voorbeeld van een selectie met het selectiepenseel.

Een selectiemasker maken
Het selectiemasker is een modus van het selectiepenseel die u in de optiebalk kunt instellen. Het deel dat u niet hebt geselecteerd, kleurt rood (of een andere kleur als u die hebt gekozen). U kunt met het penseel delen rood toevoegen om bijvoorbeeld meerdere delen in de afbeelding te selecteren.

Een selectiemasker kan handig zijn om een selectie nauwkeurig en overzichtelijk te maken. Een kleurgrens is vaak duidelijker dan een dunne selectielijn. Zo kunt u het masker gebruiken om te ver doorschoten selecties terug te dringen. U schildert dan met de maskerkleur langs de selectieranden.
Het verven in een masker werkt precies andersom dan het trekken van de selectie. Wat niet in de selectie zit kleurt rood en vice versa. Het object is dus niet wat u zou overhouden als u nu de selectie zou uitknippen. Als u het prettiger vindt om de selectie zelf ongekleurd te laten en het niet-geselecteerde rood, dan keert u de selectie om.

Oefening
  • Klik in het menu Selectie op Selectie omkeren. Werk de selectie bij.
  • Kies vervolgens de toetscombinatie Ctrl+J om de selectie in een nieuwe laag te plakken.

Het is handig af en toe op een sterk ingezoomd beeld te werken.

De selectie verfijnen met het masker



Opties voor gereedschappen


Elk selectiegereedschap kunt u zo instellen dat het precies doet wat u wilt. Een harde rand of een zachte rand, een dikke punt of een dunne punt of wel of niet gekartelde randen. Die isntellingen geeft u aan in de optiebalk.

Doezelaar
De Doezelaar bepaalt u de mate waarin de pixels die de selectie van elkaar scheidt en de omringende pixels in elkaar overlopen. Een hoge doezelwaarde betekent een groter verloop van pixels en dus zachtere randen. De pixeldetails verdwijnen dan echter. De doezelwaarde kan variëren van 0 tot 200. De doezelaar kan worden gebruikt bij alle selectiegereedschappen, behalve bij het selectiepenseel en de toverstaf.
De opties voor het selectiegereedschap Rechthoekig selectiekader en Ovaal selectiekader.

Anti-aliasing
Anti-aliasing lijkt op doezelen, maar is net iets anders. De selectie krijgt met het activeren van deze optie gladdere randen, terwijl details behouden blijven. Dat komt doordat anti-aliasing kleurovergangen tussen randpixels en achtergrondpixels verzacht. Dit is vooral nuttig bij het combineren van afbeeldingen en bij teksten. Behalve bij het selectiepenseel en het rechthoekig selectiekader kan anti-aliasing bij alle selectiegereedschappen worden toegepast.

Stel anti-aliasing in voordat u de selectie maakt, want dat is na het maken van de selectie niet meer mogelijk.

Breedte
U vult een waarde in om het bereik voor het zoeken naar randen te bepalen. Alleen randen binnen de opgegeven afstand van de aanwijzer worden nu geregistreerd. Tijdens het werken is het wellicht handig het bereik ook te zien. Daartoe houdt u tijdens het plaatsen van het beginpunt de toets Caps Lock ingedrukt. Het symbool van de lasso verandert nu in dat van een cirkel die het bereik aangeeft waarbinnen contrasten worden gezocht om aan vast te kleven (zie onderstaande afbeelding). Hoe lager de breedte is ingesteld, hoe nauwkeuriger u zelf moet selecteren.

De grootte van de lasso waarbinnen deze randen zoekt

Randcontrast
De optie randcontrast bepaalt de gevoeligheid voor contrasten in de randen. Bij een hoge waarde worden alleen scherp contrasterende randen meegenomen. Bij een minder scherp contrasterende afbeelding is het handig een lage waarde in te stellen en zelf heel nauwkeurig de lijnen te volgen waarlangs de lasso moet worden gelegd.

Frequentie
Bij Frequentie bepaalt u hoe vaak een ankerpunt wordt vastgelegd (tussen 0 en 100). Een ankerpunt verankert de selectie. Tussentijds kunt u via een muisklik zelf ook ankerpunten maken, bijvoorbeeld bij scherpe of moeilijk curven.

Pendruk
De optie Pendruk werkt alleen als u met een tekentablet werkt. Deze maakt het zoekbereik smaller naarmate de pendruk toeneemt.


Extra opties bij het selecteren


Soms wilt u na of tijdens de selectie de selectie uitbreiden, of nog meer doezelen of omkeren. Dat kan. Net als verslepen en verfijnen.

Toename
De selectiebewerkingsfunctie Toename kunt u gebruiken bij selecties die u maakt met de toverstaf. De toverstaf neemt niet altijd meteen alle pixels mee die u zou willen zien. Met Toename vermeerdert u het aantal geselecteerde pixels die grenzen aan de pixels die binnen het tolerantiebereik van de toverstaf vallen. Een hogere tolerantie neemt een breder bereik aan kleuren mee.
Bij Gelijkend wordt de selectie vermeerderd met gelijkwaardige pixels die binnen de tolerantiewaarde van de toverstaf vallen, over de gehele afbeelding.

Alles selecteren
De snelste manier om een afbeelding in zijn geheel te selecteren is met behulp van de sneltoetsen. Druk op Ctrl+A om een hele selectie te maken, op Ctrl+C om deze selectie te kopiëren en op Ctrl+V om deze in dezelfde of in een andere afbeelding te plakken.

Selectie in nieuwe foto plakken
Wilt u een selectie in een nieuwe afbeelding plakken, selecteer dan een gewenste achtergrondkleur in de kleurvakken in de gereedschappenset. Klik dan in het menu Bestand op Nieuw, pas eventueelde maten aan en klik op OK. Met Ctrl+V plakt u de gekopieerde (Ctrl+C) of geknipte (Ctrl+X) selectie in de nieuwe afbeelding.
Geplakte kopieën worden als een nieuwe laag in de afbeelding geplaatst, zodat u die weer gemakkelijk kunt bewerken.

Selectie verplaatsen
U kunt een gemaakt selectiekader gemakkelijk verplaatsen door de muisaanwijzer op de rand van het kader te plaatsen. Op het moment dat de cursor verandert in een pijl met een selectiemodus eraan, kunt u het selectiekader verschuiven. Kiest u het gereedschap Verplaatsen en sleept u vervolgens met het selectiekader, dan sleept u ook de inhoud van de selectie mee.

Selectie omkeren
Als u grote gebieden moet selecteren, is het meestal handiger een omgekeerde selectie te gebruiken. Dat houdt in dat u juist selecteert wat u niet wilt gebruiken en dat u die selectie vervolgens omdraait. Ook kunt u Selectie omkeren gebruiken als u zowel binnen als buiten de selectie aanpassingen wilt verrichten.

Selectiekaders verfijnen
De meeste opties in de optiebalk moet u instellen vóór het maken van een selectie. Soms komt u er te laat achter dat u toch de doezelaar anders had willen instellen of dat de selectie groter had gemoeten. Verwijder de selectie dan niet meteen, want u kunt deze ook achteraf nog aanpassen met behulp van de opties in het menu Selecteren.

Doezelaar
Om alsnog te doezelen klikt u in het menu Selecteren op Doezelaar. Geeft in het opdrachtvenster Doezelselectie een waarde op voor de Doezelstraal om de breedte van de doezelrand te bepalen. Vul een waarde in tussen 0,2 en 250.

Vloeiend
In plaats van doezelen kunt u de selectieranden ook vloeiender maken via het menu Selectie > Bewerken > Vloeiend. De optie Vloeiend snijdt ook het beeldkader uit, zodat de selectieomvang meteen bepalend wordt voor de uitsnede.

Nieuw Selectiekader maken
Met de opdracht Selecteren > Bewerken > Kader plaatst u op basis van de selectie een nieuw selectiekader rond de oorspronkelijke selectie. Geef een waarde op tussen 1 en 200. Hoe hoger de waarde, hoe breder de selectierand.

Vergroten
Met vergroten kunt u de randen van het kader verbreden met een door u opgegeven aantal pixels. Een waarde van 99 betekent bijvoorbeeld dat er tussen de oude en de nieuwe selectierand 99 pixels ruimte aanwezig is.

Verkleinen
Andersom kan natuurlijk ook: het selectiekader verkleinen. Klik op Selecteren > Bewerken > Slinken en geef een waarde op in het venster Selectie slinken.

Tips bij het maken van selecties
  • Zorg dat de muismat goed vlak is en geen kruimels en stofjes bevat. Dat voorkomt dat de selectie halverwege blijft steken. Gebeurt dit desondanks toch, maak dan het muiswieltje goed schoon.
  • Mocht u de muis per ongeluk hebben losgelaten tijdens het maken van een selectie, dan hoeft u niet per se opnieuw te beginnen. Selecteer de optie Nieuwe selectie toevoegen of kies het selectiepenseel om de selectie handmatig uit te breiden.
  • Wilt u in een afbeelding een groot deel selecteren en een klein deel niet, dan kunt u het best het kleine deel selecteren en vervolgens Selectie > Selectie omkeren kiezen.
  • Als u het lastig vindt meteen een nauwkeurige selectie te maken, kunt u eerst een grove selectie maken. Deze kunt later perfectioneren.
  • Na het maken van een selectie kunt u het selectie nog aanpassen. Daartoe klikt u in het menu Selectie op Bewerken.
  • Voor een nauwkeurige selectie met de lassogereedschappen is het handig het object groot in beeld te hebben. Zoom daarom in op het te selecteren object. Eventueel kunt u nog een aantal werkbalken sluiten (menu Venster) om ruimte te maken op uw werkblad.